Corona
CORONA

Wij krijgen veel vragen van werkgevers/ondernemers verbandhoudende met corona, bijv. over de rechten van werknemers (bij thuiswerk) of de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging ten behoeve van behoud van Werkgelegenheid (NOW), maar ook over het (niet) betalen van de huur en/of het opschorten van leveringen.

Hulp nodig? Schroom niet contact met ons op te nemen (via 0113-211640 of te mailen via infogoes@huismanadvocaten.nl). Een eerste (telefoon)gesprek is gratis.

Ondanks het Corona-virus vinden wij het van belang om u bij te kunnen blijven staan en te kunnen helpen met uw juridische problemen. Het (gratis) intakegesprek kan dan vanaf nu ook op afstand gevoerd worden met onze advocaten in Goes te Zeeland, maar een gesprek op kantoor is ook (weer) mogelijk. Wij volgen de richtlijnen van het RIVM op: https://www.rivm.nl/coronavirus/covid-19.

 

Hieronder treft u onze updates aan verbandhoudende met Corona. 

 

CORONA-UPDATE 2 juni 2020:

 

Nieuwe wettelijke basis om te reorganiseren: de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA)

 

De Tweede Kamer heeft op 26 mei 2020 ingestemd met de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (de WHOA). De WHOA maakt het voor bedrijven in zwaar weer beter mogelijk om te saneren door met crediteuren een onderhands akkoord te sluiten buiten het faillissement.

In de media is hier de laatste tijd veel aandacht aan besteed. In een open brief riepen diverse vooraanstaande insolventiejuristen de politiek op tot snelle invoerging van de WHOA om de gevolgen van het coronavirus het hoofd te kunnen bieden.

Deze brief werd (zelfs) gepubliceerd in het Advocatenblad (https://www.advocatenblad.nl/2020/03/18/insolventiejuristen-roepen-op-tot-invoering-whoa/). Er verscheen in de media ook de nodige kritiek op een snelle invoering (https://www.groene.nl/artikel/schaamteloos-2020-04-08).

De wet is nu (toch) aangenomen. Hieronder zal ik kort uitleggen wat het doel van de WHOA is en wat de voorwaarden zijn:

De WHOA is bedoeld voor bedrijven die vanwege te veel schulden failliet dreigen te gaan, terwijl zij wel beschikken over een levensvatbare onderneming. Voor die bedrijven wordt het mogelijk om een onderhands akkoord met schuldeisers over de herstructurering van schulden te laten goedkeuren door de rechtbank. De strekking van de wet is dat alle crediteuren van een bedrijf in zwaar weer in klassen worden ingedeeld en dat per klasse een voorstel wordt gedaan voor betaling van een deel van de vorderingen tegen kwijting. Wanneer voldoende crediteuren bereid zijn hieraan mee te werken, kan de rechtbank het akkoord homologeren.

De procedure is als volgt: indien het bedrijf voorziet dat het met het betalen van de opeisbare schulden niet zo voort kan gaan kan een akkoord worden aangeboden aan de crediteuren. In dat verband worden de crediteuren aldus ingedeeld in verschillende klassen. Een klasse bestaat uit crediteuren die tot dezelfde rang horen. Elke klasse krijgt dan een op de rechten van de betreffende crediteuren afgestemd voorstel. Idee is dat zij niet slechter af mogen zijn dan in een faillissement. De crediteuren mogen er over stemmen en een bepaalde klasse dient met minimaal twee-derde meerderheid in te stemmen.

Wanneer in ieder geval één klasse voor het akkoord heeft ingestemd, kan het bedrijf bij de rechtbank het akkoord laten homologeren. De rechtbank zal een en ander nog wel kunnen toetsten en tegenstemmers kunnen de rechtbank verzoeken het akkoord niet te homologeren.

De WHOA zal vermoedelijk veel gaan veranderen in insolventierechtelijk Nederland, met name als het gaat om grotere bedrijven in zwaar weer.

Mr. Kees van Overloop, advocaat te Goes in Zeeland bij advocatenkantoor Huisman Advocaten

 

CORONA-UPDATE 4 mei 2020:

 

De coronacrisis en het faillissement

 

Veel ondernemers zitten als gevolg van de maatregelen vanwege de coronacrisis in zwaar weer. Wanneer de schulden niet meer betaald kunnen worden, en de schulden blijven oplopen, kan het faillissement gaan spelen.

De schuldeiser kan het faillissement aanvragen. Dan dienen er in principe meerdere schulden te zijn. Ook is relevant dat na een faillissement de curator het personeel doorgaans ontslaat en de werknemers dan worden betaald door het UWV. Dit geldt ook voor achterstallig loon (tot maximaal 13 weken voor de opzegging).

Belangrijk is om te weten dat wanneer het faillissement van een eenmanszaak of v.o.f. volgt, de privé personen zelf ook failliet (kunnen) gaan. Voor privé personen kan het ook belangrijk zijn of zij eventueel de WSNP in kunnen gaan. Na een periode van 3 jaar wordt dan een ‘schone lei’ verleend, en zijn de schulden niet meer opeisbaar. Dat kan echter niet wanneer het faillissement is uitgesproken op verzoek van een schuldeiser, maar wel wanneer het faillissement zelf is aangevraagd.

Uiteraard is het voorkomen van een faillissement beter, maar voor veel ondernemers lopen de schulden dagelijks op, terwijl de omzet fors is gedaald en de vooruitzichten op korte termijn niet rooskleurig zijn. Wanneer er sprake is van een B.V. en de ondernemer privé garant staat, kan het voor de bestuurder privé belangrijk zijn dat de schulden niet verder oplopen.

Soms kan een faillissement voorkomen worden bij een verkoop van het bedrijf in combinatie met een regeling met de schuldeisers.

Advies nodig? Bel ons voor een gratis (telefoon)gesprek.

Mr. Kees van Overloop

 

CORONA-UPDATE 24 april 2020:

 

De gevolgen van de Corona-crisis op de verhuurder van bedrijfsruimte. Een korte beschouwing.

 

Dat de huidige corona-crisis een grote invloed heeft op de wereldwijde economie zal inmiddels voor een ieder wel duidelijk zijn geworden. Ondanks dat de Nederlandse regering (nog) niet heeft gekozen voor een algehele “lock-down” zijn de genomen maatregelen duidelijk merkbaar, ook voor de huurders en verhuurders van bedrijfsmatig onroerend goed. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de huurders en verhuurders van winkelruimte (of zogenaamde “290-bedrijfsruimte”). Het doel van de maatregelen van de overheid is immers om verdere verspreiding van het virus tegen te gaan, onder meer door mensen te verbieden samen te scholen. Naaste een gedwongen sluiting van de horeca heeft dit ook effect op retail winkels, die de bezoekersaantallen en daarmee de omzet sterk zien teruglopen.

Van diverse kanten krijgen wij vragen voorgelegd welke gevolgen de maatregelen kunnen hebben op de huurrechtelijke verhoudingen tussen huurder en verhuurders. Kan een huurder bijvoorbeeld als gevolg van deze maatregelen aanspraak maken op huurprijsvermindering en/of schadevergoeding? Een andere, veel gestelde vraag is of een huurachterstand – in dit geval ontstaan als gevolg van de maatregelen – voor de verhuurder een opzeggings- of ontbindingsgrond van de huurovereenkomst kunnen opleveren. In deze bijdrage zal ik deze vragen op een beknopte wijze beantwoorden.

Heeft een huurder recht op huurprijsvermindering?

Een huurder van bedrijfsruimte kan op grond van art. 7:207 van het Burgerlijk Wetboek (BW) aanspraak maken op (evenredige) huurprijsvermindering, indien er sprake is van vermindering van het huurgenot als gevolg van een gebrek. De definitie van een gebrek is volgens art. 7:204 BW:

“iedere staat of eigenschap van de zaak of een andere niet aan de huurder toe te rekenen omstandigheid, waardoor de zaak aan de huurder niet het genot kan verschaffen dat een huurder bij het aangaan van de huurovereenkomst mag verwachten.”

Van belang is te onderkennen dat het begrip “gebrek” volgens deze artikelen ruim moeten worden uitgelegd, waardoor het in de regel eenvoudig is om aan deze beschrijving te voldoen. Daarnaast hoeft het gebrek niet aan de verhuurder te kunnen worden toegerekend. Wanneer het bijvoorbeeld een horecazaak betreft, waarbij de huurder niet vrijwillig heeft gekozen voor sluiting, zou dat een gebrek kunnen opleveren, met recht op huurprijsvermindering tot gevolg. De huurder heeft als gevolg van de sluiting immers een duidelijke vermindering van het huurgenot omdat zijn zaak niet open kan. Hoewel de verhuurder in beginsel de plicht heeft het gebrek weg te nemen, zal hij daar in dit geval niet in kunnen slagen.

Echter, ten aanzien van bedrijfsruimte is van belang dat de hierboven genoemde artikelen van regelend recht zijn, waardoor het mogelijk is daarvan bij overeenkomst af te wijken. Vooral voor verhuurders die gebruik maken van de zogenaamde ROZ-modellen inclusief de bijbehorende Algemene Bepalingen zal dit een uitkomst bieden. In de meest recente Algemene Bepalingen is de mogelijkheid tot huurprijsvermindering standaard uitgesloten, waardoor de huurder met lege handen achter zal blijven. Kijk dus altijd goed naar de tekst van de gesloten overeenkomst én de algemene voorwaarden of bepalingen!

Heeft een huurder recht op schadevergoeding?

Een gebrek zoals omschreven in art. 7:204 BW kan op grond van art. 7:208 BW tevens een grond opleveren voor schadevergoeding. Het grote verschil met de huurprijsvermindering is echter dat het gebrek dan wel aan de verhuurder moet kunnen worden toegerekend. Met andere woorden, de verhuurder moet debet zijn aan (de oorzaak van) het gebrek. Naar mijn mening zal aan dat criterium in het voorbeeld van de corona-maatregelen geen haalbare kaart zijn voor de huurders die uit zijn op schadevergoeding. De verhuurders hebben immers geen invloed op de maatregelen.

Ook hier geldt overigens dat er sprake is van regelend recht, alsook dat het recht op schadevergoeding bij een gebrek in de recente ROZ-modellen is uitgesloten.

Kan een huurachterstand door de verhuurder worden aangewend om de huurovereenkomst voortijdig te beëindigen?

Een huurovereenkomst voor de hierboven genoemde winkelruimte kan in de regel niet eenvoudig worden opgezegd. Dat komt omdat huurders wettelijke huurbescherming genieten. Die huurbescherming beperkt de verhuurders van winkelruimte enerzijds in het moment dat zij kunnen opzeggen en anderzijds op welke grond zij dat kunnen doen. Daarnaast zal de gewenste opzegging altijd door de rechter moeten worden getoetst, mits de huurder daarmee niet instemt.

Gelet op de aard van deze bijdrage zal ik de huurbescherming niet uitgebreid bespreken. Voor de beantwoording van opgemelde vraag is belangrijk dat het niet betalen van verschuldigde huurpenningen zowel een opzeggingsgrond kunnen opleveren, als een grond om de huurovereenkomst te ontbinden op grond van wanprestatie. In de rechtspraak is ten aanzien van deze ontbinding bepaald dat een ontbinding mogelijk is indien er een huurachterstand is van meer dan drie maanden. In die gevallen is het zelfs mogelijk om in kort geding – dus op zeer korte termijn – met succes ontruiming van het gehuurde te vorderen. De huurder die een dergelijke huurachterstand doet ontstaan, moet dus wel degelijk rekening houden met juridische stappen door de verhuurder!

Ter afsluiting

Van belang is nog wel op te merken dat de voornoemde antwoorden sterk afhankelijk kunnen zijn van de tekst van de huurovereenkomst en de specifieke feiten en omstandigheden. Voor een deskundig advies op maat kunt u altijd contact opnemen met ondergetekende of één van mijn kantoorgenoten van Huisman Advocaten. De contactgegevens kunt u vinden op onze website www.huismanadvocaten.nl.

René Zwamborn

Advocaat bij Huisman Advocaten

zwamborn@huismanadvocaten.nl

 

 

CORONA-UPDATE 8 april 2020:
Wat als ik de alimentatie niet meer kan betalen? Is wijziging mogelijk?

Op dit moment heeft bijna iedereen te maken met nadelige financiële gevolgen vanwege het coronavirus. Mensen die ondanks de maatregelen van de overheid niet in staat zijn om de rekeningen nog te betalen of die überhaupt niet voor de compensatiemaatregelen van de overheid in aanmerking komen of mensen wiens contract van bepaalde tijd als gevolg van de crisis niet wordt verlengd. Hoe zit het dan met de verplichting om alimentatie te betalen?

Voor de hoogte van de alimentatie zijn twee aspecten van belang, namelijk de behoefte en de draagkracht. De behoefte van zowel de kinderen als van uzelf of uw ex-partner wordt vastgesteld op basis van de financiële situatie zoals deze was ten tijde van de samenleving. De vastgestelde behoefte blijft doorgaans hetzelfde, waarbij het bedrag wel jaarlijks wordt geïndexeerd. Voor de draagkracht ligt dit anders. De draagkracht ziet op de financiële mogelijkheden die er voor de betaler zijn om ook daadwerkelijk in de vastgestelde behoefte bij te dragen. Hierbij dient steeds te worden gekeken naar wat er daadwerkelijk netto te besteden is. Met andere woorden: wat zit er in de portemonnee? Inkomensverlies of extra schulden kunnen van invloed zijn op de beschikbare draagkracht voor alimentatie.

Wanneer uw financiële situatie wijzigt dan is het mogelijk om ook de alimentatie te wijzigen, omdat deze dan niet meer aan de wettelijke maatstaven voldoet. Wanneer er sprake is van een tijdelijke inkomensachteruitgang, dan is het mogelijk om uw ex-partner aan te schrijven met het verzoek om tijdelijk andere afspraken over de alimentatie te maken. Wanneer uw inkomen of uw schuldenpositie voor langere tijd wijzigt, dan kan dit eventueel ook in overleg met uw ex-partner worden overeengekomen of is het mogelijk om een procedure bij de rechtbank op te starten met als doel om een lagere alimentatie te verkrijgen. Deze procedures worden veelvuldig gevoerd, want bij bijna niemand blijft de financiële situatie gedurende de gehele onderhoudsperiode hetzelfde. Denk daarbij bijvoorbeeld ook aan de geboorte van een kind uit een nieuwe relatie. Dit kind kost immers ook geld. Ook de wijziging van de zorgregeling kan aanleiding zijn om tot een wijziging van de alimentatie te komen.Hebt u vragen over bovenstaand onderwerp of ervaart u al problemen met het betalen van de alimentatie, neem dan vrijblijvend contact op met Huisman Advocaten. Één van onze advocaten kan u op basis van uw persoonlijke situatie dan adviseren over de mogelijkheden. Mocht u een wijzing willen van de alimentatie, wacht dan niet te lang aangezien het slechts mogelijk is om toekomstige alimentatieverplichtingen te wijzigen.

Wanneer u juridische hulp nodig hebt, kunt u met onze advocaten in Goes contact opnemen via 0113 – 211640 en/of infogoes@huismanadvocaten.nl

 

CORONA-UPDATE 31 maart 2020:

 

NOW/Tijdelijke Noodmaatregel

 

Vanochtend om 10.00 uur heeft onze minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging ten behoeve van behoud van Werkgelegenheid (NOW) bekend gemaakt. Belangrijk is te weten dat het gaat om een omzetdaling van minimaal 20 % over een aangesloten periode van 3 maanden.

In het kort: De subsidieaanvraag kan vanaf 6 april 2020 worden ingediend. De hoogte van het bedrag van de subsidieverlening is de uitkomst van: A x B x 3 x 1,3 x 0,9. Hierbij staat A voor het percentage van de door de werkgever verwachte omzetdaling. B staat voor de loonsom waarbij wordt uitgegaan van de totale loonsom van werknemers waarvoor de werkgever het loon heeft uitbetaald met dien verstande dat het in aanmerking te nemen loon per werknemer niet meer bedraagt dan € 9.538. is.

Wij krijgen veel vragen van werkgevers/ondernemers over de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging ten behoeve van behoud van Werkgelegenheid (NOW), maar ook veel andere vragen, bijv. over het betalen van de huur. Hulp nodig? Schroom niet contact met ons op te nemen (via 0113-211640 of te mailen via infogoes@huismanadvocaten.nl). Een eerste (telefoon)gesprek is gratis.

Zie verder: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/regelingen/2020/03/31/regeling-now